Aan
de voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Binnenhof 4
2513 AA DEN HAAG
3 oktober 2003
2020313200
Kamervragen
In reactie op uw brief van 16 juni 2003 treft u hierbij aan de antwoorden op de vragen van het lid van Bommel over vluchten op Suriname.
1. Ja, het ministerie heeft een aanvraag ontvangen voor chartervluchten van Air Holland
tegen lagere tarieven. De aangevraagde vluchten zijn vluchten van het type seat-only. De aanvraag is, conform het Besluit Ongeregeld Luchtvervoer en op grond van de luchtvaartovereenkomst, afgewezen omdat de seat-only vluchten een aantasting zouden betekenen van de bestaande geregelde diensten.
Bent u bereid in gesprek te treden met Suriname om dit verdrag open te breken? Kunt u uw antwoord toelichten?
2. en 3. De huidige luchtvaartovereenkomst van 1996 gaat uit van twee
aangewezen
luchtvaartmaatschappijen die in een joint venture
vervoersdiensten leveren. Door de joint venture samenwerking is de Surinaamse
luchtvaartmaatschappij, de SLM, in staat om deel te nemen aan het luchtvervoer
tussen beide landen. De Surinaamse overheid hecht daar groot belang aan.
Nederland heeft destijds met de luchtvaartovereenkomst ingestemd om een regelmatige dienstverlening mogelijk te maken.
Nederland streeft evenwel sinds 1997 naar liberalisering van de luchtvaartrelatie met Suriname door middel van wijzigingen in de luchtvaartovereenkomst. Deze wijzigingen betreffen onder meer de mogelijkheid om meer luchtvaartmaatschappijen het recht te geven vervoer te plegen en het vastleggen van een vrij frequentieregiem. De Surinaamse overheid heeft nog niet met een dergelijke opzet kunnen instemmen. Hierbij speelt de wens mee van de Surinaamse overheid om de betrokkenheid van de Surinaamse luchtvaartmaatschappij veilig te stellen.
In het kader van de voorzetting van de besprekingen is aan de joint venture de opdracht gegeven om te bezien of kostenverlaging haalbaar zou zijn, waardoor de tarieven wellicht lager kunnen worden.
Inmiddels heeft mijn departement recentelijk opnieuw contact opgenomen met de Surinaamse autoriteiten om het overleg over een vrijer regiem voor de luchtvervoerverbindingen voort te zetten.
4. Het is mogelijk dat eventuele vluchten met Air Holland tussen
Schiphol en Suriname
via Curaçao goedkoper zijn dan een rechtstreekse vlucht. Dit zal mede afhangen van het vervoersaanbod dat wordt gedaan alsmede van de vraag tegen welke voorwaarden en met welke continuïteit wordt geopereerd. Bij chartervluchten is de nodige continuïteit niet gegarandeerd. In het algemeen ben ik, zoals aangegeven, overigens wel voorstander van meer concurrentie in het luchtvervoer.
5. Voor wat betreft de winstmarges van de KLM heb ik geen oordeel, dit is een zaak van
de luchtvaartmaatschappij. Overigens geeft het onderzoek van de Nma in 2001 geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake zou zijn van onacceptabele tarieven.
Naar aanleiding van een klacht van de Vereniging Shiva onderzocht de Nederlandse Mededingingsautoriteit de Joint Venture tussen KLM en SLM en daarbij onder meer de hoogte van de tarieven. In oktober 2001 oordeelde de Nma dat, hoewel deze tarieven hoger zijn dan die voor vergelijkbare vluchten, de gehanteerde tarieven niet te hoog zijn en voorts dat de Joint Venture geen misbruik maakt van haar economische machtspositie. De relatief hogere tarieven vloeien voort uit de hogere kosten van de samenwerking KLM-SLM, waarvan de doorberekening volgens de Nma gerechtvaardigd is, evenals de samenwerking zelf. De hogere tarieven zouden ook worden veroorzaakt doordat veel diensten vanwege het vakantie- en seizoensvervoer alleen op de heen- of terugreis goed zijn bezet. Zo zijn in juli de vluchten naar Suriname vaak vol en de retourvluchten leeg, terwijl zich in augustus een omgekeerde situatie voordoet.
6. Het is best mogelijk dat het toestaan van meer luchtvaartmaatschappijen zou
resulteren in lagere tarieven. Zoals aangegeven ben ik er ook voorstander van om in overleg met Suriname te onderzoeken of in de luchtvaartovereenkomst meer vrijheid van opereren is vast te leggen dan thans wordt aangeboden. Die vrijheid zou dan de KLM en zo mogelijk ook andere luchtvaartmaatschappijen in staat moet stellen om gunstige aanbiedingen te doen en vrije keuze te hebben bij het aantal te opereren diensten. Zoals aangegeven hecht ik wel zeer aan continuïteit van luchtdiensten. Een vrij regiem dat zou resulteren in een markt waarop slechts een deel van het jaar zou worden gevlogen zal in beginsel niet aan die voorwaarde voldoen. Daarnaast zou ook sprake moeten zijn van een level playing field tussen de charter- en lijndienstmaatschappijen, in die zin dat de lijndienstmaatschappijen net als de charterdiensten aantrekkelijke aanbiedingen zouden kunnen doen. Nu is dat met de bestaande luchtvaartovereenkomst nog niet het geval.
Mijn inzet is om in het vervolgoverleg met de Surinaamse autoriteiten overeenstemming te vinden over het door mij voorgestane vrijere regiem.
Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
mw drs M.H. Schultz van Haegen