Aan
de voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Binnenhof 4
2513 AA DEN HAAG

30 november 2004
Ons kenmerk
DGL/ 04.u02467

Doorkiesnummer
-
Bijlage(n)
-
Uw kenmerk
-

Onderwerp
Suriname

Geachte voorzitter,

In mijn brief van 25 oktober jl. (DGL 04.02396) heb ik de Kamer geïnformeerd over de afspraken van de staatssecretaris, mw. Schultz van Haegen, met de Surinaamse minister van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT), de heer Castelen.
In deze brief wil ik de Kamer informeren over het vervolg. Het gaat daarbij om de reacties van de KLM en SLM op de conclusies van beide overheden, de standpunten die vervolgens door beide overheden zijn ingenomen en de activiteiten die nu en in de komende periode door het ministerie van Verkeer en Waterstaat (VenW) worden ondernomen.

VenW heeft eind oktober van de KLM een schriftelijke reactie ontvangen op de conclusie van de beide overheden dat de eerdere voorstellen over de beschikbaarheid van lagere tariefklassen en capaciteit onvoldoende overtuigden. Ook deze reactie gaf VenW onvoldoende aanleiding om van de eerdere inzet af te wijken, te weten het aanwijzen van een tweede luchtvaartmaatschappij conform het Addendum bij het Memorandum of Understanding van 29 april jl. (MOU).
Wel maakt de reactie van de KLM nog eens duidelijk dat er door de jaren heen het nodige is verbeterd op de route. Zo heeft KLM laten weten dat het aantal passagiers dat daadwerkelijk tegen de laagste tarieven (Q en T klasse) is vervoerd over de jaren 2001/2 -2003/4 is gestegen van zo’n 36.000 in 2002 naar meer dan 73.000 in 2004, terwijl de tarieven in diezelfde periode zijn gedaald. Ten aanzien van de capaciteit is het goed te constateren dat de structurele inzet op de route is verhoogd van 3 vluchten per week in 2001 naar 6 vluchten per week dit jaar.

Die verbeteringen zijn onder andere het gevolg geweest van de druk op de KLM en de SLM vanuit de samenleving en de beide overheden. Zolang als de KLM en de SLM de enige maatschappijen zijn die op de route mogen opereren, zullen de betrokken partijen in dit dossier echter op zijn minst de schijn tegen hebben. In dit verband is van belang dat, naast de overige voordelen van marktwerking zoals in eerdere brieven aan de Kamer beschreven, marktwerking een gezondere rolverdeling tot gevolg zal hebben. Bij een open markt zullen overheden niet verantwoordelijk worden gehouden voor bedrijfsmatige aspecten op de route - zoals de tariefstelling - en zullen luchtvaartmaatschappijen door de mogelijkheid van concurrentie minder vanzelfsprekend onder verdenking staan van monopolistisch gedrag.

Hoewel er geen doorslaggevende redenen meer zijn om deze route niet onderhevig te laten zijn aan marktwerking, hecht ik er, net als de staatssecretaris eerder, wel aan om te benadrukken dat marktwerking niet garandeert dat de bediening op de route nog verder zal verbeteren.
Luchtvaartmaatschappijen zullen op puur commerciële gronden besluiten of zij tot deze markt willen toetreden, net zo goed als de huidige aangewezen maatschappijen om hen moverende redenen hun operaties en hun samenwerking op de route kunnen heroverwegen. De tijd zal vervolgens leren tot welk evenwicht de vraag naar en het aanbod van vervoer zal leiden. Dat dit in praktijk met ups en downs gepaard kan blijken te gaan en daarmee de continuïteit minder is verzekerd dan voorheen, dient geaccepteerd te worden. De aanwijzing nu van een tweede maatschappij die enkele operaties per week mag uitvoeren zou, als beperkte stap naar marktwerking, evenwel kunnen bijdragen aan een goede overgang naar een open markt per 1 mei 2006.

Inmiddels heb ik telefonisch contact gehad met mijn Surinaamse collega, minister Castelen, over mijn beleid om vast te houden aan de aanwijzing van een tweede lijndienstmaatschappij. De Surinaamse berichtgeving kan de indruk hebben laten ontstaan dat de Surinaamse overheid het eerdere besluit zou heroverwegen, als gevolg van de onzekerheid over het voortbestaan van het in problemen verkerende SLM en een zekere tevredenheid over de capaciteit en tarieven die in de markt worden gelegd. Minister Castelen stemde echter in met een open ambtelijk overleg over de invulling van de in het Addendum bij het MOU aangekondigde maatregelen.

Teneinde zo snel mogelijk de benodigde overeenstemming met Suriname te bereiken heeft VenW via diplomatieke kanalen een voorstel aan de Surinaamse luchtvaartautoriteiten overgebracht om de consultaties bij voorkeur nog in december dit jaar te laten plaatsvinden. Ook als Nederland en Suriname inderdaad op de gehoopte korte termijn overeenstemming bereiken zal er nog enige tijd nodig zijn voordat een tweede maatschappij daadwerkelijk lijndiensten kan opstarten.
Zodra de in Nederland gevestigde luchtvaartmaatschappijen geïnformeerd zijn over de mogelijkheden, zullen deze maatschappijen hun belangstelling bij VenW kenbaar moeten maken. Het uitvoeren van lijndiensten dient daarbij doorgaans ruim tevoren gepland te worden in verband met de inzet van vliegtuigen, personeel, enzovoorts. Vanzelfsprekend nemen ook de gebruikelijke procedures bij de vergunningverlening enige tijd in beslag.

Het moge duidelijk zijn dat er mij veel aan gelegen is om het gehele traject zo snel mogelijk te doorlopen, doch bij een zorgvuldige afwikkeling dient er rekening mee te worden gehouden dat een tweede lijndienstmaatschappij op zijn vroegst in het voorjaar zal kunnen gaan opereren.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

Karla Peijs